Voorwoord
Dynastoreis een webwinkel voor hardware en software, zowel verkoop als
onderhoud hiervan. Wij richten ons op de regio Gelderland, met name in Zutphen
en omstreken. Voor onderhoud van netwerken bent u aan het juiste adres!
Cursus
Deze cursus over hardware kan op internet geraadpleegd worden op de volgende URL: http://www.sip.be/hardware. De site staat ook in de lijst van informatica cursussen op de site van de SIP, met als URL: http://www.sip.be (klik op ondersteuning, en dan 2 x op cursussen).
De cursus hardware wordt gebruikt voor het vak informatica voor de studenten van het eerste jaar van de opleiding leraar secundair onderwijs en voor de interne navormingen aan de Artevelde Hogeschool (ex-KLBO) in Gent.
Het doel is om de cursist een inzicht te bieden in de elementaire begrippen van een computer. De computer wordt bij wijze van spreken opengeschroefd en alle belangrijke onderdelen worden één voor één besproken.
Niet alles wat in deze cursus staat dient gedetailleerd gekend te worden. Bij sommige hoofdstukken worden bepaalde topics gedetailleerder uitgewerkt, die tekst staat dan schuin gedrukt (italics), dit is dan ook bedoeld als extra achtergrondkennis.
syntax-afspraken:
De woorden in vet , italics of hoofdletters hebben de volgende betekenis:
vet: nieuwe en belangrijke begrippen
HOOFDLETTERS: merknamen, bedrijfsnamen of namen van personen
italics: de tekst in italics dient als extra achtergrondinformatie.
© teksten, schema's of afbeeldingen kunnen conform de filosofie van de SIP site, overgenomen worden, mits een bronvermelding.
Bijna alle foto's & schema's zijn zelf gemaakt, en waar dit niet het geval is wordt de gebruikte bron expliciet vermeld.
Suggesties, bedenkingen en tips zijn eveneens graag welkom op het volgende mail adres: dirk.laverge@pandora.be
Updates worden éénmaal in het jaar aangebracht, nl. in het begin van het academiejaar.
1 Geschiedenis van de PC
1.1 Voorlopers
1.2 Eerste generatie computers
1.3 Tweede generatie computers
1.4 Derde generatie computers
1.5 Vierde generatie computers
1.6 Samenvatting
1.1 Voorlopers
De geschiedenis van onze computer loop terug tot ver vóór onze tijdrekening.
De eerste computers (to compute) is het Engels voor rekenen) zo zou je kunnen stellen, waren de telramen in het Midden-Oosten en China van 3000 BC.
In de 17e eeuw maakte PASCAL BLAISE de eerste telmachine, de PASCALINE.
Deze was echter niet zeer betrouwbaar. LEIBNIZ verbeterde deze tot een machine die niet alleen kon optellen, maar ook vermenigvuldigen, delen en worteltrekken.
Rond 1800 gebruikte JACQUARD ponskaarten (cf. afbeelding) om zijn weefgetouwen te automatiseren.
Foto van een gele ponskaart die vroeger gebruikt werd als inputmedium voor een computer.
Deze ponskaarten werden later door BABBAGE toegepast voor het invoeren van programmagegevens. Dit was dan ook een eerste vorm van een gegevensdrager.
IBM paste het gebruik van ponskaarten nog lange tijd toe als medium voor gegevensopslag.
In het begin van de 18e eeuw ontwierp CHARLES BABBAGE een computer: de Analytical Engine. Het apparaat was opgebouwd uit 3 hoofdbestanddelen: opslaan (store), besturen (control) en tellen (mill). De werking van zijn machine lijkt hierdoor onlosmakelijk verbonden met die van de huidige computers. Immers, de tegenwoordige computer plaatst data in het geheugen, voert middels de processor rekenkundige functies uit, en plaatst het resultaat terug in het geheugen. Helaas is zijn machine nooit helemaal voltooid geweest.
Zeker niet te verwaarlozen op het gebied van de logica is de invloed van GEORGE BOOLE die bekend staat voor de naar hem genoemde Booleaanse algebra.
Het gehele binaire telsysteem dat de computer gebruikt is gebaseerd op de algebra die BOOLE heeft gedefinieerd.
Op het einde van de 19e eeuw vond de Amerikaan HERMAN HOLLERITH een telmachine uit die gebruikt werd bij volkstellingen en bij warenhuizen. Hij richtte een bedrijf op dat na enkele fusies en overnames uiteindelijk aan de basis lag van IBM. Zo ontstond in 1924 IBM, ofwel International Business Machines Corporation.
terug
1.2 eerste generatie computers
De eerste digitale computer werd vlak vóór de tweede wereldoorlog gebouwd. In 1939 werkte IBM samen met JOHN ATANASOFF van de Harvard University aan een prototype van een elektro-magnetische rekenmachine, die later (in 1947) bekend werd als de HARVARD MARK 1. Deze machine was enorm: maar liefst 15 meter lang en 2,5 meter hoog, en ongeveer even breed. Dit apparaat kon 72 woorden opslaan en 3 optellingen per seconde maken. De berekeningen werden uitgevoerd door middel van elektrische relais, een soort schakelaars. Aangezien dit mechanische en dus geen elektronische componenten waren spreekt men hier niet van een echte computer. Grace Hopper die de eerste computer bug (een geplette mot tussen 2 elektrische panelen) ontdekte stond wereldwijd bekend voor haar werk met de MARK 1. Grace gebruikte tijdens de tweede wereldoorlog de Mark 1 o.a. om de hoeken te berekenen waarmee de Amerikaanse marine haar munitie moest afschieten.
De eerste échte computer daarentegen was de ENIAC (Electronic Numerical Integrator and Calculator) die in 1946 werd voltooid (zie afbeelding).Hij was het toenmalig snelheidsmonster van zijn tijd. De ENIAC was nog steeds een kolossaal monster dat een hele kamer innam, maar hij was toch meer dan duizend maal zo snel als zijn elektronische voorgangers. De ENIAC bevatte 18 000 radiolampen en woog 30 ton.
foto van de ENIAC, U.S. Army photo, public domain (source:http://ftp.arl.army.mil/~mike/comphist/)
De vacuüm elektronenbuizen, met de flipflop als de bekendste variant werden gebruikt als werkgeheugen in de eerste generatie- computers. De taak van de flipflop was eenvoudig: aan – of uitstaan, geheel volgens het principe van het binaire telsysteem (vergelijk ook met de ponskaart: een gaatje is een 1 en geen gaatje is een O). Zo kunnen vele flipflops een werkgeheugen vormen, waarbij iedere buis een bit vertegenwoordigt.
foto van de eerste 4 moederborden, Army photo, public domain (source:http://ftp.arl.army.mil/~mike/comphist/)
VON NEUMANN, bekend omwille van zijn onderzoek naar kernwapens tijdens de tweede wereldoorlog, heeft ook zijn bijdrage geleverd aan de computergeschiedenis. Tegenwoordig werken alle computers volgens het principe dat door hem werd gedefinieerd. Het opslaan van de programma-instructies en de te verwerken gegevens in een geheugen bleek de doorbraak naar een snellere en gemakkelijker te programmeren computer.
foto van de VON NEUMANN, public domain, (source:http://ei.cs.vt.edu/~history/VonNeumann.html)
De Tweede Wereld Oorlog gaf trouwens een sterke impuls aan de ontwikkeling van computers. Deze werden gebruikt voor het helpen ontcijferen van de geheime code die de Duitsers gebruikten, maar ook om de banen te bereken van ballistische raketten.
terug
1.3 Tweede generatie computers
De volgende enorme ontwikkeling in de computergeschiedenis is de komst van de door BELL TELEPHONE LABORATORIES (o.a. bekend omwille van de uitvinding van de telefoon) ontwikkelde transistors in 1947. Deze transistors gingen geleidelijk aan de radiolampen vervangen in de computers. We spreken dan over de tweede generatie computers.
Dynastoreis een webwinkel voor hardware en software, zowel verkoop als
onderhoud hiervan. Wij richten ons op de regio Gelderland, met name in Zutphen
en omstreken.
foto van een transistor
Een transistor heeft 2 functies. De eerste is die van schakelaar. De transistor heeft namelijk slechts 2 ‘standen’, aan of uit. Zo kunnen (programma)gegevens worden opgeslaan en bewerkt door een aantal transistors aan of uit te zetten (cfr. ponskaarten).
De tweede functie is die van versterker. Op het moment dat een aantal transistors wordt samengevoegd ontstaat een circuit dat een ingevoerde hoeveelheid elektrische stroom kan versterken.
De transistor (zie afbeelding) heeft vele voordelen. Een transistor is veel kleiner, produceert minder warmte, heeft een langere levensduur en is minder kwetsbaar dan radiolampen. Dit maakte dat de transistor uiterst geschikt is voor gebruik in allerlei elektronische apparaten, dus ook in computers.
Computers werden nu veel kleiner, sneller, en goedkoper om te produceren.
In 1951 komt de eerste Amerikaanse computer die puur voor commerciële doeleinden geproduceerd zou worden: de UNIVAC.
terug
1.4 Derde generatie computers
De derde generatie computers uit de jaren 60 wordt gekenmerkt door het steeds kleiner worden van onderdelen, terwijl tegelijkertijd een ontwikkeling in de opslagmedia gaande is.
Door het gebruik van schijven in plaats van de voorheen toegepaste magneetbanden werd de opslagcapaciteit vergroot.
De in de tweede generatie ontwikkelde transistors worden ondergebracht in geïntegreerde circuits. Zo komt Texas Instruments als eerste op de proppen met de eerste IC’s (Integrated Circuits), ook wel chips genoemd. Op zo een chip kan men een hele schakeling onderbrengen op een stukje silicium.
Zo een schakeling kan bestaan uit honderden transistors, weerstanden en andere kleine onderdelen. Maar, net zoals bij de transistor duurt het weer een aantal jaren voor men de chiptechnologie gaat gebruiken in computers.
Deze derde generatie computers, zijn weerom sneller, kleiner, betrouwbaarder en goedkoper dan hun voorgangers. Door de vooruitgang van de miniaturisering wordt het mogelijk om steeds meer onderdelen op één chip onder te brengen.
Een goed voorbeeld van de derde generatie computers is het systeem 360 van IBM (zie afbeelding).
foto van IBM 360, U.S. Army photo, public domain (source:http://ftp.arl.army.mil/~mike/comphist/)
terug
1.5 Vierde generatie computers
Een nieuwe doorbraak kwam er met de komst van de microprocessor, waarbij de hele processor op één chip was ondergebracht. INTEL bracht in 1971 haar éérste microprocessor op de markt: de 4004, een 4 bit microprocessor.
vve beheer
foto van de Altair pc
Het daaropvolgend jaar komt de eerste microcomputer, zo genoemd omdat hij een microprocessor bevat. Twee jaar later wordt de 8008 ontwikkeld en in 1975 de INTEL 8080. Deze processor zou het hart gaan vormen van wat velen zien als de eerste personal computer: de ALTAIR (zie afbeelding).
BILL GATES en PAUL ALLEN, die in 1975 MICROSOFT oprichtten, kopen de eerste programmeertaal BASIC af van iemand anders en herwerken die taal voor de ALTAIR computer. De ALTAIR gaf ook inspiratie voor de APPLE. Daarmee was de ALTAIR de voorloper van een reeks “gewone” computers, die men home computers noemde voor hobbyisten.
foto van Bill Gates [bron: website Microsoft]
In 1976 richten STEVE JOBS en STEVE WOZNIAK de APPLE COMPUTER COMPANY op, en in datzelfde jaar kwam de APPLE 1 op de markt (zie afbeelding van een APPLE computer) voor slechts 666 US dollar. COMMODORE en RADIO SHACK (beter bekend als TANDY) brachten het jaar daarop ook home computers op de markt. De grote bedrijven snapten niet wat al die hobbyisten in hobby computers zagen.
.
foto Dynastore is een webwinkel voor hardware en software, zowel verkoop als
onderhoud hiervan. Wij richten ons op de regio Gelderland, met name in Zutphen
en omstreken.
van een Apple MacIntosh [bron: website Apple]
foto van de COMMODORE 64 (éérste pc van de auteur).
foto van de cassette speler van COMMODORE
(fungeerde als diskette-station, maar wan wel met gewone audio cassettes).
In 1978 komt INTEL met de fameuze 8088-microprocessor . Deze chip vond zijn plaats in IBM’s eerste personal computer, en maakte Intel daardoor tot ’s werelds grootste chipfabrikant.
foto van een IBM pc [bron: website IBM]
In 1980 bracht INTEL de 80286 uit en deze chip werd gaandeweg wereldwijd in miljoenen PC’s gebruikt.
IBM ontwikkelde in 1981 zijn eerste personal computer onder impuls van het succes dat APPLE boekte met zijn PC’s. De processor kwam van INTEL (de 8088, en later de 80286) en het besturingssysteem (PC-DOS) kwam van MICROSOFT. Deze PC kwam op de markt met als naam XT (Extended Technology).
Er beginnen van dan af ook populaire computerprogramma’s op de markt te komen zoals tekstverwerkers en spreadsheets (zoals LOTUS 123). Daardoor werd de home computer ook interessant voor zakenmensen. De IBM PC werd een enorm succes en werd daardoor al gauw als de standaard aanzien. Door dit succes volgen ook andere bedrijven zoals COMPAQ met een computer die volledig compatibel is met de IBM PC, de eerste kloon dus. De klonen konden geen gebruik maken van PC-DOS en daarom ontwikkelde MICROSOFT het besturingssysteem MS-DOS.
Door de concurrentie daalden de prijzen van de PC’s drastisch. Maar de ontwikkeling van nieuwe hardware ging hand in hand met de ontwikkeling van nieuwe software. Deze nieuwe software stelde steeds zwaardere eisen aan de hardware, die daardoor snel verbeterde, en zo ging die evolutie maar door.
In 1985 verschijnt de AT (Advanced Technology) van IBM. Deze opvolger van de XT was uitgerust met een INTEL 80386. Het jaar daarop komt Apple met een nieuw revolutionair concept: de MacIntosh computer. Voor het eerst werden de 3,5 inch floppy’s gebruikt i.p.v. de grote 5 inch floppy’s. Vernieuwend was ook dat deze PC op een grafisch besturingssysteem draaide en aangestuurd werd door een muis. Pas jaren later kwam er een programma voor de PC dat dit gebruiksgemak probeerde te benaderen ,Windows van Microsoft, maar het duurde tot 1993 tot er een goed werkende versie kwam.
In 1987 bracht IBM de PS/2 (Professional System 2) op de markt met een besturingssysteem van IBM zelf ,OS/2 (Operating System 2). Alhoewel de PS/2 toen beter was dan de gewone PC’s sloeg hij niet aan.
Weer zwaardere computers komen er in 1989 met de komst van de 80486 processoren. Er kwamen ook veel goedkope klonen van deze processor op de markt (o.a. IBM, Cyrix en AMD).
In 1993 worden de mogelijkheden van de PC aanzienlijk uitgebreid met de komst van de PCI bus, ter vervanging van de ISA bus (zie verder).
foto van een Intel Pentium chip [bron: website Intel]
Het jaar daarop worden PC’s nog eens sneller met de komst van de Pentium chip van INTEL. De eerste modellen draaien op 60 MHz, maar dit wordt al gauw verbeterd en slechts een jaar later heeft men al de Pentium Pro 200 MHz. Ook in 1994 brengt Apple de PowerPC op de markt, die zowel als Macintosh als PC kan functioneren.
In 1995 komt Microsoft met een nieuwe versie van Windows, het lang verwachte Windows 95. Tegenover de vorige versie van Windows is deze versie revolutionair, maar eigenlijk is het gewoon een inhaalmanoeuvre om het gebruiksgemak van de Apple’s te evenaren.
vve beheer
foto van CD met Windows 95
Vanaf 1996 krijgen we het nieuwe AGP slot om snellere grafische kaarten te kunnen gebruiken (zie verder). Nog een nieuwe ontwikkeling is USB (Universal Serial Bus). Via deze aansluiting kunnen tientallen verschillende apparaten aangesloten worden, met het voordeel dat alles plug & play is (PnP).
Begin 1998 komt dan de Pentium II die een combinatie is van de Pentium Pro en de Pentium MMX, en kloksnelheden haalt van maar liefst 450 MHz. Dat jaar komt AMD, de grote concurrent van INTEL met de K6 3D-Now!, die zeer populair wordt voor wie veel met spelletjes speelt.
foto van een Apple computer (model Dynastore is een webwinkel voor hardware en
software, zowel verkoop als onderhoud hiervan. Wij richten ons op de regio
Gelderland, met name in Zutphen en omstreken.
Yosemite) [bron: website Apple]
Intussen heeft APPLE niet stilgezeten en brengt de iMac uit, die volgens een geheel nieuw concept werkt, en een heel eigen design heeft. De iMac werd een succes, en zo kon APPLE van de ondergang gered worden. Er zijn reeds meerdere modellen in deze reeks verschenen, zoals de Yosemite op de afbeelding.
Momenteel is de PENTIUM 4 de meest courante chip, meer hierover in het hoofdstuk over de processoren.
terug
1.6 Samenvatting
a) evolutie volgens de techniek van de processor:
· eerste generatie computers: vacuüm buizen
· tweede generatie computes: transistors
· derde generatie computers: geïntegreerd circuit
· vierde generatie computers: super- en mini-computers (of PC’s)
2.1 Classificatie volgens hiërarchie
De technische term voor een computer zoals we die nu kennen is micro data processor, kortweg PC. De PC stond bij zijn ontstaan begin jaren 80 onderaan de computer hiërarchie, maar dankzij zijn succes kan je stellen dat de PC gaandeweg bovenaan de hiërarchie is gaan staan. We onderscheiden de volgende categoriëen:
mainframes
servers
workstations
thin clients
personal computers
2.1.1 Mainframes
Mainframes zijn de grootste computers die voor speciale projecten worden gebruikt en die miljoenen dollars kosten: bv. Deep Blue van IBM, mainframes bij grote banken & multinationals, enz...
2.1.2 Servers
Servers zijn grote en zeer krachtige computers, die typisch in een netwerk voorkomen. Een server is de centrale computer die het netwerk beheert.
foto van een 'batterij' servers in een van onze campussen
2.1.3 Workstations
Workstations (of werkstations) zijn toestellen die in een netwerk staan dat draait onder UNIX of Windows NT of Windows 2000. In zo’n netwerk kan je een gewone PC plaatsen, die dan een werkstation wordt genoemd, ofwel een terminal. Een terminal heeft geen eigen processor maar maakt gebruik van de processor van de server. Tegenwoordig worden ook oudere en weinig performante computers in een netwerk geplaatst als terminal, zodat ze dankzij de kracht van de server nog nuttige toepassingen kunnen draaien.
2.1.4 Thin Clients
Thin clients zijn werkstations maar dan wel in een ultra compact formaat, en bv. zonder diskette station, of CD, .....
Dit soort toestellen wordt vaak gebruikt in onderwijssitutaties, en ook in het bedrijfsleven, bv. in call centers en reservatie centra, waar honderden mensen tegelijk op hetzelfde netwerk werken en dezelfde database moeten raadplegen en/of bijwerken.
foto van een thin client van HP - COMPAQ, model T20, zijaanzicht en de binnenkant.
Welke poorten kan je zoal onderscheiden op de volgende foto?
fotot met de poorten (van boven naar beneden: power, 4 x USB, scherm, muis & klavier, en netwerkingang),
2.1.5 Personal computer of PC
De PC is het toestel dat we allemaal kennen van thuisgebruik op school of op kantoor. Deze PC draait meestal op het populaire besturingssysteem Windows. Tegenwoordig spreekt men over de multimedia PC doordat de PC is uitgerust met microfoon, luidsprekers, cd-speler, DVD, enz….
foto van een TULIP computer.
.
terug
2.2 Classificatie volgens uitvoering
Een ander onderscheid dat wordt gemaakt tussen computers is volgens de vormgeving van de systeemkast. Er bestaan verschillende uitvoeringen:
desktop
tower
notebook
palmtop
tablet pc
GPS
2.2.1 Desktop
De desktop, het woord zegt het al, is een platte kast die op een werkplek wordt gezet en waarop het scherm kan staan. Dit type werd in de jaren 90 het meest gebruikt.
2.2.2 Tower
vve beheer
De tower is een rechtopstaande kast die naast het bureau wordt gezet. Meestal is er, door de grootte, meer ruimte voor uitbreidingen op de basisconfiguratie zoals een ingebouwde ZIP-drive, of een CD-writer. Het meest verkochte model is nu de mini-tower, een compacte uitvoering van de tower met dezelfde mogelijkheden, maar qua formaat een stuk kleiner.
Er bestaan ook nog allerlei exotische vormen, zoals bv. de kasten van Asus of Epox (bv. cubus vorm). Deze kasten worden meestal samen met het moederbord verkocht, men spreekt daarom van barebone systemen.
foto van een Tower van TULIP
2.2.3 Notebook
De notebook of laptop is een nog kleinere versie van de mini-tower (en dus alweer lichter in gewicht) en zo groot als een vel briefpapier. Daardoor kan hij makkelijk in een draagtas worden meegenomen. In advertenties gebruikt men de termen notebook en laptop door elkaar.
Foto van een Toshiba laptop (type Satellite)
Notebooks werken zowel op stroom als op batterijen waardoor je op gelijk welke plaats en op gelijk welk moment met je toestel aan de slag kunt. Men spreekt in die context vaak over: anytime anywhere learning (cfr. de verhuur van laptops op school). Een zwak punt zijn de batterijen die het (nog) niet zo lang volhouden: gemiddeld zo’n de 3 à 5 uur. Omdat notebooks klein zijn, zijn ook het scherm en het toetsenbord klein. Het kan heel vermoeiend zijn om daar lang mee te werken en daarom kunnen zo goed als alle notebooks worden aangesloten op een extern scherm en toetsenbord. De kantoorvoorziening waarin een notebook geplaatst wordt om als PC te kunnen fungeren, wordt een docking station of port replicator genoemd. Hiermee wordt de notebook aangesloten op een scherm, een toetsenbord of een netwerk.
2.2.4 Palmtop
Palmtops zijn het nieuwste antwoord op de Dynastore is een webwinkel voor
hardware en software, zowel verkoop als onderhoud hiervan. Wij richten ons op de
regio Gelderland, met name in Zutphen en omstreken.
Dynastore is een webwinkel voor hardware en software, zowel verkoop als
onderhoud hiervan. Wij richten ons op de regio Gelderland, met name in Zutphen
en omstreken.
vraag van 'hoe krijg ik het nog kleiner'. Ze passen in de palm van een hand en wegen nog maar zo'n 300 gram. Andere benamingen zijn:
- Personal Digital Assistent (PDA)
- Pocket PC.
Een tot voor kort succesvol toestel was de PSION. Met de PSION 5 kon je niet alleen agenda-beheer doen, maar ook de meeste MS-office toepassingen draaien, en alle gegevens uitwisselen met je PC ,of met een andere psion via een kabel of een infra-rood verbinding.
Het nadeel was het kleine klavier, en het besturingssysteem REVO dat afweek van alle andere palmtops die Windows georiënteerd zijn. Door de zware concurrentie met de nieuwere palmtops daalde het marktaandeel van PSION dermate dat de fabricant besloot het gamma stop te zetten.
foto van een Palmtop van COMPAQ
Op deze foto zie je een palmtop van het merk COMPAQ, die in een socket zit die hem linkt met een pc, en links zie je een zwarte pen die dient voor het aanstippen op het touch screen.
Dit type palmtop, dat ontwikkeld wordt door onder andere PALM & COMPAQ is bijzonder populair aan het worden. Deze toestellen zijn kleiner dan de PSION maar beschikken niet over een klavier. Alle input moet gebeuren via een touch-screen. Op kantoor kan je dit toestel ook linken met je PC en alle info synchroniseren met Outlook (agenda, adressenbestand, ....). Er bestaan tegenwoordig ook kleine externe opplooibare klavieren die je kan verbinden met je PDA.
Enkele bekende merken en modellen:
- Handspring Visor Deluxe
- Palm Zire & Tungsten
- Compaq IPAQ
- Toshiba Genio
Er zijn ook al modellen op de markt die een PDA combineren met een GSM, zodat de gebruiker niet meer 2 apparaten moet meesleuren, maar alles in één heeft (bv. Trium Mondo, Sagem, Visorphone). Deze toestellen gelijken sterk op de gewone PDA's, met uitzondering van de Nokia 9210 Communicator, waar ook een klavier ingebouwd is.
2.2.5 Tablet PC
De tablet pc werd in 2003 op de markt gebracht. Je kan het vergelijken met een laptop, maar dan zodanig geconstrueerd dat je het scherm aan de buitenkant kan uitklappen, en er ten volle gebruik kan van maken door te werken met een touch screen & een bijhorende digitale pen.
Deze pc combineert eigenljk de voordelen van een PDA met die van een laptop.
foto van een tablet pc van COMPAQ met digitale pen
foto van tablet pc met gekanteld scherm & aangesloten toetsenbord.
foto van de zijkant van een tablet pc, met de klassieke poorten.
2.2.6 GPS
GPS staat voor Global Positiong System. Het is een apparaat waarmee je op elke willekeurige plaats op de wereld uw exacte locatie kan bepalen, op voorwaarde dat het apparaat met minstens 3 satellieten visueel contact heeft. Je kan ook software installeren op het apparaat met daarin de stratenatlas van een bepaald land. Op de foto zie je een stand-alone apparaat dat in dit geval wordt gebruikt op een zeilboot, maar beter bekend zijn de toestellen die ingebouwd kunnen worden in auto's. Als je over een PDA beschikt kan je die ook verbinden met een GPS, en dan fungeert het scherm van de PDA als interface.
foto van een GPS (merk = MAGELLAN)
terug
2.3 Classificatie volgens merk
2.3.1 IBM versus kloon
Oorspronkelijk was IBM de marktleider op gebied van de PC’ s , en werden alle andere merken als kloon bestempeld, met uitzondering van Apple, omdat de computers van Apple met een andere processor werkten (MOTOROLA) en draaiden op een ander besturingssysteem.
2.3.2 A-merk versus B-merk
Gaandeweg ontstond er een ander onderscheid: namelijk dat tussen de computers van een A-merk en die van een B-merk:
· Tot de computers met een A-merk behoren de bekende fabrikanten zoals: IBM, COMPAQ, DELL, PACKARD BELL, SIEMENS, HP, TULIP, …. De prijzen van deze PC’s liggen ietwat hoger dan van de B-merken, maar er bestaat meestal een uitgebreid support-netwerk zodat je als gebruiker kan rekenen op een goede service-na-verkoop. Bij merk PC's wordt ook meer aandacht besteed aan de marketing, denk maar aan een mooie verpakking, een uitgebreide documentatie en handleiding. Vaak krijg je ook een gans pakket software meegeleverd bij de aankoop.
· De B-merken of witte merken (ook klonen genoemd) worden meestal ergens lokaal in winkels of winkelketens gemaakt met componenten van diverse bekende merken. Deze PC’s zijn vaak even krachtig als de A-labels maar alles hangt natuurlijk af van de kwaliteit van de verschillende onderdelen en van de service van de winkelier. Een kloon PC laat zich meestal eenvoudiger en goedkoper uitbreiden.
11.1 Wat is een netwerk
Van zodra 2 of méér computers met elkaar verbonden zijn kan je spreken van een netwerk. Dit gaat dus van een klein netwerkje thuis tot en met het grote internet.
De bedoeling van een netwerk wordt in de volgende 3 termen verduidelijkt:
device sharing
file sharing
program sharing
11.1.1. Device sharing
Dankzij een netwerk kan je een randapparaat toegankelijk maken (of delen) voor meerdere pc's tegelijkertijd.
Zoek zelf eens enkele voorbeelden:
Mogelijke antwoorden:
- de ganse klas maakt bv. gebruik van één enkele printer
- alle medewerkers van een bedrijf kunnen op internet via één enkele modem.
- iemand op kot heeft een telenet verbinding, en dankzij een zelfgebouwd netwerk kunnen de andere studenten ook toegang krijgen tot internet.
11.1.2 File sharing
Dit refereert naar het delen van bestanden voor verschillende gebruikers.
Zoek zelf eens enkele voorbeelden:
Mogelijk antwoorden:
- studenten die tijdens de les een opgave van het netwerk van de school halen.
- de medewerkers van de afdeling facturatie en van de verkoop die tegelijkertijd gebruik maken van het klantenbestand.
11.1.3 Program sharing
Dit zijn programma's die via het netwerk deelbaar worden gesteld voor iedereen van de organisatie.
Zoek zelf eens enkele voorbeelden.
Mogelijke antwoorden:
- het boekhoudprogramma Excellent staat op de centrale bedrijfscomputer, en alle medewerkers van de afdeling accounting kunnen daar gebruik van maken.
- een tekstverwerkingspakket zoals WordPerfect wordt één keer op de server geïnstalleerd, en (afhankelijk van de instellingen) kunnen alle leerlingen van een klas daar gebruik van maken.
terug
vve beheer
11.2 Soorten netwerken
We onderscheiden 3 indelingen van netwerken:
· geografische indeling
· topografische indeling
· software-matige indeling
11.2.1 Geografische indeling
Datacommunicatie is communiceren van data via de pc. Dat communiceren kan op 2 niveaus gebeuren:
· LAN: betekent een klein netwerk
· WAN: betekent een groter netwerk
De eigenschappen van beide systemen zetten we even op een rijtje:
· LAN = Local Area Network
• Communicatie van het snelle type tussen computers.
• Netwerken die zich beperken tot een afstand van 1 kilometer.
• Meestal gaat het om bedrijfsnetwerken --> privaat
• Hoge datasnelheid
· WAN = Wide Area Network.
• Trage transmissie
• Afstand is niet meer beperkt tot enkele kilometers
• Koppelingen tussen bedrijfsnetwerken (intranet)
• bekendste toepassing = INTERNET
• Lage datasnelheid
De verbindingen bij een groter netwerk verlopen via openbare lijnen zoals telefoonlijnen of glasvezelkabel. In het geval van Internet hebben we bv. een modem nodig om onze pc toegang te verschaffen tot dit netwerk.
Het woord modem is een samentrekking van 2 termen: moduleren en demoduleren.
Moduleren betekent omzetten van digitaal naar analoog ; demoduleren is het omgekeerde.
De computer stuurt dus digitale signalen naar de modem waar ze worden omgezet in analoge signalen, die via een analoge lijn naar een andere modem gestuurd kunnen worden. Daar gebeurt dan de omgekeerde omzetting.
Er zijn zowel interne als externe modems verkrijgbaar.
De snelheid van een modem wordt uitgedrukt in bps of bits per seconde. Tegenwoordig halen modems snelheden van 56 000 bps. Het begrip baud wordt vaak verward met bps in deze context. Baud heeft niets te maken met het aantal gegevens maar met de snelheid om data (analoog dus) over te zenden. Deze term wordt echter niet vaak meer gebruikt.
11.2.2 Topografische indeling
a) bus-typologie
· Meest eenvoudige en goedkoopste netwerkstructuur
· Hier gebruikt men meestal COAX-kabels
· De ene computer is verbonden met de andere
· Begint en eindigt met een T-stukje (50 Ohm) (Terminator)
· NADEEL: Bij één kabelbreuk wordt alles uitgeschakeld
b) ster-typologie
· Van elke computer wordt een kabel gelegd naar een centraal punt (De HUB) (meestal Twisted pair kabels)
· 1 kabelbreuk = 1 pc uitgeschakeld
· Veel Dynastore is een webwinkel voor hardware en software, zowel
verkoop als onderhoud hiervan. Wij richten ons op de regio Gelderland, met name
in Zutphen en omstreken.
Dynastore is een webwinkel voor hardware en software, zowel verkoop als
onderhoud hiervan. Wij richten ons op de regio Gelderland, met name in Zutphen
en omstreken.
bekabeling --> iets duurder
· je hebt een Hub nodig (zie 11.3.2).
c) ring-typologie
· De ring-typologie wordt minder frequent gebruikt
· Er bestaan geen kabeluiteinden en dus ook geen terminators
· 1 kabelbreuk heeft geen effect op de werking (de computers blijven verbonden)
· Het uitvallen van 1 computer heeft wel grote gevolgen.
11.2.3 Software-matige indeling
a) Peer to peer
· Meer anarchistische opbouw
· Elke pc is zowel server als workstation
· Onafhankelijkheid van de server
· Héél complexe configuratie
· Als bij één pc het netwerk niet werkt, dan kunnen ook alle andere verbonden pc’s niet meer op het netwerk.
b) client server
· De server staat centraal
· Verschillende workstations connecteren zich met server
· Workstations halen software van de server
· Eenvoudige installatie en lage hardwarebehoeften
· Eenvoudige software
terug
11.3 Hoe een netwerk tot stand brengen?
Om een netwerk tot stand te brengen heb je enerzijds een interface nodig, en anderzijds bekabeling. In deze volgorde worden ze ook besproken hieronder. Daarnaast wordt er ook meestal gebruik gemaakt van een Netwerk Operating System, zoals Novell, Linux, of Windows NT.
11.3.1 Interface
De netwerkkaart vormt de interface tussen de pc en de bekabeling naar de andere pc's. Je kan een klassificatie maken volgens verschillende criteria:
a) volgens de prijs en het merk
b) volgens het soort connectie
c) volgens de snelheid
a) de prijs en het merk
Je kan al een netwerkkaart kopen van 25,00 EUR. Als je echter zeker wilt zijn van een goede kwaliteit op lange termijn koop je beter een netwerkkaart van een bekend merk, zoals 3COM maar dan hangt er wel een duurder prijskaartje aan vast.
b) het soort connectie
Op de volgende af beelding zie je een netwerkkaart met links een coax-kabel.
Rechts is er een opening voor een UTP kabel (zie verder).
foto van een netwerkkaart met links een coax aansluiting en rechts een UTP aansluiting.
c) de snelheid
Er zijn kaarten van 10 Mbit/sec, en van 100 Mbit/sec.
Mbit/sec = Mega bit per seconde (miljoen bits).
Voor een laptop is er een speciaal type netwerkkaart: de PCMCIA kaart (Personal Computer Memory Card International Association), zoals je ziet op de volgende afbeelding:
foto van een PCMCIA netwerkkaart die half uit een laptop steekt.
foto van de PCMCIA kaart zelf.
vve beheer
11.3.2 Bekabeling
Er zijn verschillende types bekabeling. We bespreken kort de volgende:
coax
UTP
glasvezel
draadloos
a) coax
Dit type kabel was tot voor enkele jaren het meest gebruikte. Technisch gezien kan je die kabel het best vergelijken met de kabel voor TV distributie.
Enkele kenmerken:
- de kabel kan niet rechtstreeks in de netwerkkaart, want er is een tussenstuk nodig, dit noemt men een BNC-connector (of een T-stukje).
- bij het begin en het einde van het netwerk is er een terminator (of een stop) nodig.
Voordelen van het systeem:
- eenvoudig van concept en opbouw
- relatief goedkoop
- maximum afstand bedraagt 150 meter
Nadelen van coax zijn:
- als er ergens één kabelbreuk is ligt het ganse netwerk plat...
- de max. snelheid is 10 Mbit/sec.
b) UTP
UTP is de afkorting van Unshielded Twisted Pair. Dit is momenteel de meest gebruikte kabel voor netwerken.
foto van een UTP kabel die naar de netwerkkaart loopt.
Hieronder zie je hoe diezelfde UTP kabel verbonden wordt met een ingebouwde connector in de muur van een klaslokaal, waar die via interne bedrading verder verbonden is met het netwerk van onze school.
In de nieuwste lokalen zijn er meerdere verbindingen naast elkaar voorzien, ingeval meerdere studenten tegelijkertijd met de laptop op het netwerk en dus ook op internet kunnen werken. Elke ingang heeft ook een nummer dat overeenkomt met een nummer op een switch, zodat snel kan nagegaan worden waar er ergens een fout is.
Je kan 2 PC's met elkaar verbinden d.m.v. één enkele UTP kabel, die noemt men dan een cross link kabel.
In dit geval moeten de verbindingen van de kleine kabeltjes in de stekker anders gelegd worden (zie foto).
foto van een cross-link kabel & schema met uitleg
Van zodra je méér dan 2 pc's verbindt via dit type kabel heb je een Hub nodig om de kabels met elkaar te verbinden.
Een Hub Is dus een centrale stekkerbus waar alle kabels van de verschillende computers gecentraliseerd worden.
Deze stekkerbus is ook nog eens verbonden met de server, of met andere hub's in een groter netwerk.
foto van een HUB van het merk 3com.
Op de voorkant zijn er allemaal kleine lampjes (LED's) voorzien die aangeven of een bepaalde verbinding al dan niet werkt. Op de achterkant zie je dan de connecties voor de UTP kabels.
Op deze foto zie je de achterkant van een HUB, met van links naar rechts:
- een stroomkabel (via een adapter)
- een coax verbinding (voor de link met de server)
- twee rijen met 8 Dynastore is een webwinkel voor hardware en software, zowel
verkoop als onderhoud hiervan. Wij richten ons op de regio Gelderland, met name
in Zutphen en omstreken.
connecties voor UTP kabels.
foto van een SWITCH van CISCO SYSTEMS
Hieronder vind je nog enkele foto's van de kasten met de racks waarin de diverse HUB's en alle UTP verbindingskabels bevestigd zitten.
c) glasvezelkabel
Het principe van glasvezel is dat data wordt doorgegeven via een lichtsignaal i.p.v. stroom, wat uiteraard veel sneller gaat. Deze kabels hebben dus ook geen last van electronische storingen. Dit type verbinding is wel vrij duur. De maximum afstand bedraagt 2 km., en door die eigenschap wordt deze kabel vaak gebruikt als verbinding tussen meerdere gebouwen van een campus of een bedrijf.
Glasvezelkabel mag niet verward worden met ISDN (= Integrated Services Digital Network). ISDN werkt niet met glasvezel, maar het is een systeem dat via de klassieke telefoonlijn data kan versturen op een snellere manier dan via een gewone modem).
d) draadloos netwerk
Bij een draadloos netwerk komen geen kabels meer te pas. De bekendste en meest verspreide toespassing is natuurlijk het draadloos netwerk dat GSM verkeer mogelijk maakt. Er bestaan verschillende technologieën die het mogelijk maken om draadloos te werken: via infraroodsignalen, via radio-signalen, via satelliet, enz....
De meest gebruikte technologiëen zijn:
IrDa
IrDa staat voor Infrared Direct Access en maakt gebruik van infrarood lichtpulsen om toestellen met elkaar te laten communiceren. Theoretisch zijn hier snelheden tot 4 Mbps mogelijk. De grote beperking is dat alle toestellen elkaar moeten "zien". Men spreekt daarom over een direct-zicht technologie.
IEEE802.11
Dit acronym staat voor Electrical and Electronical Engineers, Het getal 802 geeft aan dat het een standaard is voor netwerktechnologie. De IEEE 802.11 standaard werd aangenomen door WECA (Wireless Ethernet Compatibility Alliance). WECA test producten en geeft deze een certificaat. Zo zorgen ze ervoor dat alle draadloze oplossingen die aangeboden zijn, compatibel zijn met de IEEE 802.11b standaard. Deze wordt ook wel eens Wi-Fi (Wireless Fidelity) genoemd naar analogie met HiFi in de audiowereld. Wi-Fi kan je ook terugvinden op producten die door WECA goedgekeurd zijn.
Bluetooth
Dit is een draadloos protocol dat is ontworpen door een consortium met daarin bekende namen zoals: NOKIA, ERICCSON, TOSHIBA, IBM en INTEL. Ze hebben als doelstelling om een standaard te worden op de markt van de draadloze toepassingen. Een toepassing is dat je bv. vanop je laptop op internet surft via je GSM (zonder kabel tussen beide), een document download, en dat dan draadloos afdrukt op een printer die 5 meter verder staat. Als je met die GSM bovendien over GPRS (General Packet Radio Service) diensten kan beschikken, kan je sneller surfen en grotere bestanden up- en downloaden dan met een klassieke GSM verbinding.
Bluetooth is bedoeld voor goedkope radiolinks tussen draagbare PC's, PDA's, GSM's, MP3-spelers, printers, digitale camera's tot draadloze hoofdtelefoons toe. Bluetooth gebruikt microgolffrequenties om gegevens over een korte afstand tot 10 meter, aan maximaal 721 Kbps te versturen. Ook Bluetooth werkt op 2.4 GHz net zoals IEEE802.11b. Dit zou tot storingen kunnen leiden tussen netwerken van beide soorten maar uit tests is gebleken dat dit niet het geval is.
HomeRf
HomeRf staat voor Home Radio Frequency, en wordt ook wel SWAP (Shared Wireless Access Protocol) genoemd. Deze standaard werd vooral gecreëerd voor de thuisgebruiker. HomeRF is een combinatie van IEEE802.11 en de DECT (Digital European Cordless Telecommunication) standaard. Deze DECT wordt nu gebruikt als standaard voor de draadloze telefoons in ons huis. Daarbij gebruikt HomeRF de techniek van de frequentie-hopping. Dit wil zeggen: het voortdurend wijzigen van de gebruikte frequentie binnen de band. Daardoor wordt afluisteren bemoeilijkt en kan de frequentieband optimaal benut worden.
De snelheid van HomeRF bedraagt op dit moment 1.6 Mbps. Experts voorzien dat deze snelheid zal stijgen naar 20 Mbps. Het bereik van deze HomeRF is dezelfde als bij de klassieke DECT. Tot 300 meter in de open lucht en tot 30 meter binnenshuis.
Wil je meer hierover weten, surf dan naar de volgende site: http://www.draadlozenetwerken.be. (ps: sommige stukken tekst in dit hoofdstuk zijn hierop gebaseerd).
vve beheer